Enkele feit

Tijdens het oud papier opruimen kwam ik het meest recente informatieblad van het schoolbestuur tegen: GPO-WN. Onze kids zitten op een school die samen met zo’n andere 25 scholen samengeklonterd is tot één organisatie.  Zo krijgen wij de vriendelijk formele pr-praatjes rondom het ontslag van Duran Renkema onder ogen.

Wat mij opvalt is dat het bestuur/directie er zomaar vanuit gaat dat een homoseksuele samenwonende docent geen goede identiteitsdrager kan zijn voor een gereformeerde school en dat dit geen onderwerp van gesprek hoeft te zijn. Nu snap ik ook wel dat een gesprek erover allerlei heisa zou opleveren maar dat wil niet zeggen dat erover zwijgen juist is. Ik vindt zelf dat het enkele feit van een homosexuele relatie geen belemmering is om en goede identiteitsdager te zijn op een gereformeerde school.

Gereformeerde scholen zijn eigenlijk een vreemde eend in de 21ste eeuwse bijt.  Als  typisch product én fundament van de begin periode van de GKv hebben ze sinds de jaren tachtig een strategische rol gespeeld in de ontzuiling van de ‘eigen kerk’. De gereformeerde scholen hebben belangrijke invloed gehad op de evangelicalisering van de GKv: hele generaties van verbondskindertjes hebben een evangelisch-gereformeerde spiritualiteit geleerd gekregen via afwezige ouders (die dachten ‘dat zit wel goed op die gereformeerde school’) en subtiele wijzigingen in mensbeeld en minder subtiele wijzigingen in spirualiteitsbeleving (oa opwekkingsliederen) op school.  Dit zijn mogelijk wel de grootste verdiensten van het gereformeerde onderwijs ;-) . Daarnaast wordt er via bizarre routes van zogenaamde kerkelijke eenheid voor de één de school volledig opengezet en voor de andere maar half.  (Je kind is altijd welkom maar als ouder mag je alleen lid zijn van de schoolvereniging als je CGK of GKv lid bent). Zo kan de gereformeerde richting overleven dankzij een achterhaalde juridische constructie én een constante toestroom van soms tientallen procenten van kinderen uit andere kerken.

Terug naar het dragen van de gereformeerde identiteit. Ik denk dat ‘dé gereformeerde identiteit’ er niet meer is. Ondanks alle mooie woorden over verbondskinderen is het gereformeerde karakter op geen enkele wijze onderscheidend in het functioneren van een school cq het handelen van een docent:  Als theologische- en kerkelijke traditie heeft ‘gereformeerd’ niet meer een onderdeel van het primair en secundair onderwijs. In mijn eigen schooltijd (eind jaren 70 en begin 80) speelde het nog wel een rol maar nu in de 21ste eeuw niet meer. De grote toevloed aan evangelische kinderen op de gereformeerde scholen ondersteunt dit en in geval van onze drie eigen kids is dit zonneklaar. Hier heb ik ook helemaal geen moeite mee. Een professioneel knullige docent daargelaten hebben onze kids goede, lieve en transparant gelovige docenten waar ik dankbaar voor ben. Formeel zijn ze gereformeerd, maar dit is eigenlijk niet relevant, het zijn Christus-mensen die in wie ze zijn op bijzondere wijze iets van Hem laten zien én in de klas glimpen van Gods Koninkrijk doen opvlammen en onze kids dáárnaar doen verlangen.

Deze blog gaat over het enkele feit dat een homosexuele identiteit icm samenwonen zou verhinderen dat iemand identiteits drager zou kunnen zijn op een gereformeerde school (ik neem even aan dat hetrosexueel samenwonen cq sex voor het huwelijk of  echtscheiding dan ook tot ontslag leidt? ;-) )  Eerst echter nog een tussenstap naar de triangel gedachte die mede aan de basis staat van het gereformeerde onderwijs. De eenheid tussen kerk-school-gezin. Het was een leuk idee van de GKv zuil dat men met enig kunst en vliegwerk theologisch probeerde te onderbouwen. In feite resulteerde het in identiteits passiviteit bij ouders, gelukkig deed de enorme schaalvergroting in het gereformeerde onderwijs deed dit vreemde idee helemaal de das om.  Identiteits passiviteit blijkt als uit de dramatische opkomsten van GPO-WN ledenvergaderingen, de moeite om identiteits commissies te vullen én het feit dat op school de contacten tussen ouders en docenten vrijwel alleen betrekking hebben op standaard pedagogische zaken.  De gereformeerde/christelijke identiteit wordt aangenomen, als vanzelfsprekend ervaren, blijft onbesproken.  Dat is verlies.  Verder is de christelijke/gereformeerde identiteit van de kids vooral een verantwoordelijkheid van de ouders en nauwelijks die van de school, het ‘doen onderwijzen’ van de doop belofte heeft klassiek te veel aandacht gekregen: Niet de docent zegt  ‘Ja’ bij de doop maar de ouder.

Identiteitsdrager zijn op een gereformeerde school is zo wel erg lastig geworden, ik denk ook dat we het verhaal opnieuw moeten bekijken. Dat GPO-NW via de rechter gewezen moest worden op haar plicht tot goed werkgeverschap duidt op ‘enige’ stress in de organisatie en stemt daarmee niet hoopvol.  Het dragen van de identiteit van Christus is spannend voor docenten en ouders persoonlijk en tov elkaar en de kids.  Typerend daarvoor is een gerichtheid op Christus en een gesprek over alle zaken waarover we het niet eens zijn. Ik verwacht helemaal niet van een docent van een gereformeerde school dat ze, binnen pedagogische marges,  zeggen ‘hoe het zit volgens de kerk’ of ‘hoe het zit volgens de gereformeerde traditie’. Ik verwacht veel meer dat een docent nodigt tot een christus-gerichtheid van groep 1-8. Ik verwacht veel meer dat de docent probeert een omgeving te scheppen en relaties mét en tussen leerlingen die iets van het Koninkrijk laten zien.  En dat zie ik gebeuren, ik merk het aan onze kids, niet alle docenten maar toch.  Identiteitsdrager zijn op een gereformeerde school is helemaal niet zo moeilijk als je niet probeert gereformeerd te zijn.

Terug naar Duran Renkema, identiteitsdrager zijn rondom een heikel punt. Als eerste zullen er altijd heikele punten zijn, het zijn veelal rookgordijnen voor iets veel wezenlijkers,  ze komen op en verdwijnen na een aantal jaren; sociale markers van een groep. Ze zijn erg geschikt voor een loopgraven discussie die het gesprek over navolging van Jezus in de kiem smoort. Een school kan en mag wat mij betreft niet meer doen dan het gesprek over de navolging faciliteren, de rest is aan de ouders. En met het groeien der jaren vooral aan de kids zelf. Als facilitator draagt een docent ook de identiteit van christus maar mág niet meer zeggen ‘hoe het zit’. Als ouder vindt ik sexualiteit een relevant punt maar er is oneindig veel meer dat relevant is, waarmee dit één geheel vormt.  Deze en gene docent van onze kids vindt wel vaker iets waar wij het niet mee eens zijn, prima! dan kun je het er thuis over hebben.  De rol van facilitator is wél een persoonlijke, formeel vindt een facilitator ‘niks’, maar kids voelen prima aan en willen het van je horen ‘wat vindt u er zelf van?’ Dit vraagt persoonlijke transparantie én soms pedagogische terughoudendheid, maar dát is de professionele charme van docent zijn. Eén docent heeft het bij onze dochter grondig verbruid: geen transparantie over eigen worsteling, altijd glimlachen en emoties wegduwen, vluchten voor jezelf. (Dan is het aan ons als ouders om je dochter dit een goede plek te laten geven). Als een docent, over welk onderwerp dan ook, niet meer christen-zijn en professionaliteit kan combineren dan kan dát enkele feit een reden tot goed gesprek zijn.  Ontslag is dan überhaupt niet ter zake.

 

 

 

, , , ,

One Response to Enkele feit

  1. Duran Renkema 3 mei 2012 at 21:44 #

    Ik werd door iemand geattendeerd op deze blog. Beetje laat, maar beter laat dan nooit :-)

    Mooi stuk, je slaat de spijker op z’n kop. Jammer dat destijds niet alle GPO-WN mensen hier zo over dachten (lees: niet een), dan was de hele zaak minder triest geeindigd voor alle partijen.
    Er valt nog oneindig veel meer over te zeggen, maar of dat zoveel nut heeft vraag ik me af. Verandering in harten komt als mensen er voor open willen staan. Dat is niet te forceren helaas, is maar weer gebleken.
    Ik wens voor GPO-WN dat de rust snel weerkeert, maar bovenal dat er lessen zijn geleerd.
    Hartelijke groet,
    Duran Renkema

Geef een reactie